Een kijk op de Atlantische weg, Atlanterhavsveien, een nationale touristroute in Møre og Romsdal.

Ik heb een wegen-fetish. Hoe ik daar aan kom is niet geheel duidelijk maar het zal wel iets met mijn verleden als vrachtwagenchauffeur te maken hebben, alhoewel ik als kind ook al wegen tekende. Het is niet alleen dat ze je ergens naar toe brengen, maar ook hun fysieke vorm, het zwarte asfalt dat contrasteert met de witte strepen, de geometrie, de architectuur van de kunstwerken en de integratie in het landschap zijn fascinerend. Maar ook oudere wegen hebben hun charmes, juist het gebrek aan regelmaat, omdat het landschap anders dicteert, kan ik bewonderend naar kijken. Het bovenstaande zal waarschijnlijk niet iedereen kunnen waarderen maar het uitzicht wat een weg kan geven is iets wat de meeste duimen wel omhoog doet gaan. Men spreekt dan van een "mooie weg", terwijl het eigenlijk de omgeving is die men als mooi bestempelt.

Vegvesenet, de Noorse wegenboer, heeft het voor de verandering eens wel begrepen. Alle zogenaamde nationale toerist routes worden opgeleukt met architectonische toiletgebouwen, uitzichtpunten en picknick-plekken. Hier en daar wordt de weg zelf ook nog aangepakt, zodat je daadwerkelijk van een "mooie weg" kunt spreken. Een van de populairste is de Atlanterhavsveien, ofwel de Atlantische weg.

De gehele route loopt van Bud naar Kårvåg en is 36,7km lang. Niet zo spectaculair als het stukje over Fylkesweg 64, geeft dit toch een erg goede indruk van het gevarieerde Noorse kustlandschap. In Bud is ook nog een Duits kustfort uit WO2 te bezichtigen, maar wij gaan rijden.

De eerste parkeerplaats vanuit Bud is ter hoogte van Fagervika. Hier loopt een verhard pad naar de zee en er zijn wat merkwaardig vormgegeven plantsoentjes.

In Askevågen is op een golfbreker een zeer bescheiden maar wel mooi uitzichtpunt gebouwd. Beetje sneu voor de architect is dat niemand dit bezoekt, je moet namelijk van de hoofdweg af, een klein vissersdorpje in. Dit staat echter nergens aangegeven. Er is ook nog een bank met panorama foto met alle namen van de eilandjes voor de kust. Niet erg interessant en ook niet mooi vormgegeven.

Bij Farstadbukta is een mooie riviermonding en een klein zandstrand. Met een zonnetje erbij doet het Normandisch aan. Het strandje zou zo in een bounty-reclame kunnen.

Het meest bekende deel van deze route is het stuk tussen Averøy en Eide. Dit slechts 8,2 km lange deel is gebouwd in 1989 ter vervanging van de veerdienst, en loopt over eilandjes, dammen en bruggen, waarvan alleen de Storseisundet brug indruk maakt. Volgens "The Guardian" een van de mooiste autoreizen ter wereld. (In ieder geval een van de kortste.) Velen denken er ook zo over en elk parkeerplaatsje op de kleine eilandjes is dan ook meteen bezet. Hier is het on-noors druk. De beste tijd om van dit tracé te genieten, is 's avonds laat met een fijne zonsondergang of in een flinke herfststorm, als de golven over het wegdek slaan. Maar als je net als iedereen 's zomers komt, rijdt dan gewoon een paar keer op en neer om het allemaal in je op te nemen.

Vanuit Geitøya kun je met een bootje naar Håholmen, een oud vissersdorpje op een klein eilandje, dat nu een soort hotel/conferentie centrum is. Het plaatsje en de boottocht zelf zijn wel leuk, maar de vissoep bereidt met vierkante brokken diepvries kabeljauw, bevestigen direct dat je weer in een toeristenval getrapt bent.

Het op èèn na laatste brugje is ook niet zo heel spannend, maar het platform suggereert enorm spannende vergezichten.

GEN 4.64 Atlanterhavsveien
Gefotografeerd in 2011 // in Roboto Condensed

“What appears to be the end of the road may simply be a bend in the road..”

—Robert H. Schuller.

op Facebook

© 2005-2014 Eugène van Grinsven

twitter | behance | flickr

Blijf op de hoogte!